Zo voelt het leven als je EB hebt

Classificatie van EB

De kennis over EB en de pathogenese (= wijze van het ontstaan van ziekte) is de laatste tientallen jaren sterk toegenomen.  

Classificatie van EB in het kort

EB wordt onderverdeeld in vier hoofdtypen, op basis van de plaats in de huid waar de blaren ontstaan. Ongeveer 20% van de EB-gevallen is dystrofisch (DEB), 10% junctioneel (JEB), en 70% simplex (EBS); het Kindler-syndroom is zeer zeldzaam. De genetische fouten bij EB leiden tot defecten in huideiwitten die ervoor moeten zorgen dat de buitenste huidlaag (epidermis of opperhuid) aan de diepere laag (dermis of lederhuid) hecht. Sommige typen EB worden dominant overgeërfd, andere recessief. Er zijn meer dan 30 klinische subtypen.

Een aandoening die 'EB acquisita' wordt genoemd en die ernstig is en qua symptomen lijkt op RDEB, wordt niet geclassificeerd als EB, omdat het een auto-immuunziekte tegen collageen VII is en niet kan worden behandeld zoals erfelijke EB.

Dystrofische EB (DEB) Junctionele EB (JEB) EB Simplex (EBS) Kindler syndroom

Mutaties in:
COL7A1 (100% van alle gevallen)

Mutaties in:

LAMA3, LAMB3 en LAMC2
COL17A1
ITGA6, ITGB4, ITGA3
Mutaties in:
KRT5 en KRT14 (75%)
PLEC
KLHL24
DST
EXPH5
CD151
Mutaties in:
FERMT1
recessief of dominant recessief Meestal dominant maar soms ook recessief recessief
Blaren in de dermis (onderste huidlaag) Ernstige blaarvorming in het basale membraan Blaarvorming in de epidermis (opperhuid) Blaren in verschillende huidlagen
Een 11-tal klinische subtypen Een 8-tal klinische subtypen 70% van alle EB-gevallen
Loslating boven het het basale membraan
Ook slijmvliezen aangetast
Lichtgevoeligheid
Zeer zeldzaam

Classificatie van klassieke epidermolysis bullosa (EB)

Niveau van splijting van de huid EB-type Overerving Gemuteerde genen Betrokken eiwitten
Intra-epidermaal (binnen de epidermis of opperhuid) EB Simplex dominant KRT5, KRT14 Keratine 5, keratine 14
      PLEC Plectine 
      KLHL24 Kelch-like member 24
    recessief KRT5, KRT14 Keratine 5, keratine 14
      DST BP230
      EXPH5 Exophiline 5
      PLEC Plectine
      CD151 (syn. TSPAN24) CD151 antigen (syn. tetraspanin 24)
Junctioneel (ter hoogte van het basale membraan)  Junctionele EB recessief LAMA3, LAMB3, LAMC2 Laminine 332
      COL17A1 Collageen type XVII
      ITGA6, ITGB4 Integrine alfa6 beta4
      ITGA3 Integrine alfa3 subunit
Dermaal (binnen de dermis of lederhuid) Dystrofische EB dominant COL7A1 Collageen type VII
    recessief COL7A1 Collageen type VII
Gemengd Kindler EB recessief FERMT1 (syn. KIND1) Fermitine family homolog 1 (syn. kindlin-1)

Classificatie van andere aandoeningen met huidfragiliteit

Niveau van splijting van de huid Benaming Overerving gemuteerde genen betrokken eiwitten

Intra-epidermaal

Peeling skin disorders recessief TGM5, CSTA, CTSTA, CTSB, SERPINB8, FLG2, CDSN, CAST, DSG1b, SPINKS Transgluaminase 5, Cystatine A, Cathepsine B, Serpine protease inhibitor 8, Filaggrine 2, Corneodesmosine, Calpastatine, Desmogleine 1, LEKT1

Intra-epidermaal 

Erosive skin fragility disorders

recessief 

DSP, JUP, PKP1, DSC3, DSG3 

Desmoplakine, Plakoglobine, Plakophiline 1, Desmocoline 3, Desmogleine 3

Intra-epidermaal

Hyperkeratotic disorders with skin fragility: Keratinophatic ichtyoses dominant KRT1, KRT10, KRT2 Keratine 1, 10, 2
    recessief KRT10 Keratine 10
Intra-epidermaal Hyperkeratotic disorders with skin fragility : Pachyonychia congenita dominant KRT6A, KRT6B, KRT6C, KRT16, KRT17 Keratine 6A, 6B, 6C, 16, 17

Dermaal  

Syndromic connective tissue disorder with skin fragility recessief

PLOD3 

Lysyl hydroxylase 3

Een beetje geschiedenis en bronnen

De eerste genen die coderen voor huideiwitten maar defect zijn bij EB, werden ontdekt in het begin van de jaren 1990. Er zijn nu 20 genen geïdentificeerd waarvan mutaties gekend zijn die EB veroorzaken. Daarnaast zijn er nog meer ‘modifier’ - genen die de ernst van de symptomen beïnvloeden. Al deze genen vormen mogelijke doelwitten voor therapie, symptoomverlichting en diagnostiek. Toch zijn er veel mensen met symptomen die doen denken aan EB, maar bij wie nog geen mutaties gevonden zijn in bekende EB-genen. 

De leden van EB-ResNet herzien regelmatig de classificatie van EB op basis van uitgebreide klinische en moleculaire kennis. De resultaten van de 2019 consensusmeeting werden gepubliceerd op 4 februari 2020: Has, C et al.:  Consensus reclassification of inherited epidermolysis bullosa and other disorders with skin fragilityThe British journal of dermatology, 10.1111/bjd.18921. 4 feb. 2020, doi:10.1111/bjd.18921:

EB research network  https://www.eb-researchnetwork.org/research/what-is-eb/ 

Publicaties

Flyer "Met open wonden door het leven"

Flyer "Met open wonden door het leven"

Downloaden

Bestellen

Schrijf je in op onze nieuwsbrief