Zo voelt het leven als je EB hebt

Huidkanker dwingt Stief tot ampuatie onderarm

"Dit voelt als een stap terug"

Eind november 2014 voelde Stief Dirckx (37) een stekende pijn tussen zijn rechterduim en -wijsvinger. De oorzaak: plaveiselcelkanker, een soort huidkanker die vaak voorkomt bij mensen met dystrofische epidermolysis bullosa (EB).

‘Ik kon niet ontsnappen aan een amputatie tot net onder mijn rechterelleboog. Die heeft mijn leven drastisch veranderd. Van de ene dag op de andere verdween de helft van mijn functionele mogelijkheden.’

Door vergroeiingen aan de handen werd Stief Dirckx al van jongs af aan geconfronteerd met ernstige functionele beperkingen. ‘Ik had daarmee leren omgaan’, vertelt Stief. ‘Maar ik was er totaal niet op voorbereid dat ik op een dag maar één onderarm meer zou hebben. Met mijn twee aangetaste handen kon ik me vrij goed alleen behelpen, met slechts één hand kan ik bijna niets meer alleen doen. Ik moet constant voor bijna alles hulp vragen, dat valt me ontzettend zwaar.’ 

Wanneer heb je gemerkt dat er iets mis was met je rechterhand?

Stief Dirckx: ‘In november 2014. Een klein wondje tussen mijn rechterduim en -wijsvinger wilde maar niet genezen. Aangezien ik dystrofische epidermolysis bullosa (EB) heb, gebeurt dat wel meer natuurlijk. Maar het wondje veroorzaakte ook stekende pijn. Dat verontrustte me. Ik ging naar het ziekenhuis, de behandeling met zalfjes, speciaal verband en medicijnen leverde niets op. Integendeel, het wondje werd almaar groter en de pijn almaar erger. Eind december trok ik opnieuw naar het ziekenhuis. De huidspecialist nam een stukje weefsel weg en liet het onderzoeken onder de microscoop. De uitslag van die biopsie was niet goed: in het weefsel zaten kwaadaardige cellen, ik had plaveiselcelkanker. Mijn wereld stond stil. De meest erge gedachten kwamen in me op.’ 

Hoe is de kanker behandeld?

‘Midden februari 2015 werd ik geopereerd: de tumor werd verwijderd. Zonder EB had ik na die operatie waarschijnlijk chemotherapie of radiotherapie gekregen. Maar zo’n nabehandeling was in mijn situatie uitgesloten, mijn verzwakte lichaam kon dat niet aan. Ook de operatie verliep anders dan bij mensen zonder EB. Als er huid weggesneden wordt, wordt die vervangen door huid van op een ander lichaamsdeel. Bij mensen met EB is grote stukken eigen huid transplanteren geen optie, dat veroorzaakt veel te veel schade.’ 

Hoe hebben de dokters dat probleem opgelost?

‘De plaats waar de tumor was verwijderd, werd bedekt met donorhuid. Het was een tijdelijke oplossing want donorhuid van derden wordt afgestoten door het lichaam. De donorhuid was bedoeld om mijn hand tegen infecties te beschermen tot een nieuwe scan werd genomen om te controleren of alle kwaadaardige cellen weg waren. Na die scan werd begin maart een kunsthuid aangebracht: Integra. Het is een soort gele folie die ook gebruikt wordt bij heel diepe brandwonden. De eiwitten in die folie geven de eigen huid een voedingsbodem om sneller te genezen. Integra is heel duur en wordt niet terugbetaald door de verplichte ziekteverzekering. Gelukkig kreeg ik wel een vergoeding van het Bijzonder Solidariteitsfonds. Dankzij die kunsthuid moest er maar een heel klein stukje huid van mijn linkerbovenbeen weggehaald worden om mijn volledige rechterhand te kunnen bedekken. Daarvoor was een derde operatie nodig, die volgde begin april. Ik dacht dat dit de laatste fase was en verheugde me er al op om opnieuw te gaan werken, maar kort daarna doken twee nieuwe wondjes op: één op de plaats van het eerste wondje en één net op de rand tot waar de huid was weggesneden. Ik probeerde dat eerst te verdringen, maar zag de twee wondjes groeien, dus volgde een nieuwe biopsie. Ik had opnieuw kanker.’ 

Hoe kwam dat nieuws aan?

‘Als terug naar af, ik moest van nul herbeginnen. Opnieuw scans, opnieuw onderzoeken, opnieuw een operatie. Na die operatie vertelde de chirurg me heel eerlijk dat ze niet zeker was dat ze alle kankercellen had kunnen weghalen. Ze vroeg aan een Engelse collega om mee de scans te beoordelen. Ik lag bang te wachten op goed of slecht nieuws. Ik hoopte op een wonder, maar voelde aan dat het niet de goede kant uitging. Tien dagen later werd mijn slecht voorgevoel bevestigd: er zaten nog altijd kwaadaardige cellen in mijn hand. De huid nog dieper wegsnijden, kon niet, want dan zou er van mijn hand bijna niets meer overblijven. Alleen een amputatie kon de zekerheid bieden dat alle kankercellen weggenomen zouden worden. Ik sliep niet meer, ik tobde dag en nacht. Eind mei stemde ik in met de amputatie. Ik zei tegen de dokter: “Doe maar wat het beste is, haal die onderarm maar weg”. Er viel niet meer over te discussiëren, ik had geen keuze meer.’ 

Wat ging er toen door je heen?

‘Bij alle vorige operaties in mijn leven had ik telkens een beter toekomstvooruitzicht na dan voor de operatie. Die operaties herstelden iets of losten een probleem op. Nu was het anders. Ik wist dat ik een stap terugzette en dat ik die nooit meer kon goedmaken. Op 3 juni werd mijn rechterarm geamputeerd tot net onder mijn elleboog. Ik had twee dagen helse pijn, een week later mocht ik naar huis. Die thuiskomst was heel confronterend: heel veel dingen die ik vroeger alleen kon, kon ik nu niet meer: eten, de computer bedienen, een glas aannemen, met mijn aangepaste auto rijden… Door de amputatie was de helft van mijn functionele mogelijkheden weggeknipt.’ 

Kan een kunsthand je helpen?

foto: UZ Leuven

‘Een prothese is bij mensen met EB allesbehalve evident. Een prothese hecht je normaal gezien rechtstreeks vast aan de huid, bij mensen met EB is dat uitgesloten. Bij elke aanraking, druk of wrijving gaat de huid onmiddellijk kapot. Er is voor mij een soort harnas gemaakt dat ik over mijn bovenarm schuif. Een groot nadeel is dat ik het onmogelijk alleen kan vastmaken, ik heb hulp nodig om het aan en uit te doen. Er stelt zich ook nog een ander probleem: het overgebleven stukje onderarm is heel kort. Het stukje bot erin heeft niet genoeg kracht om te bewegen als ik mijn elleboog beweeg. De hefboom is te kort om de prothese in beweging te zetten. Het stukje bot beweegt wel, maar de prothese beweegt niet mee. Als ik de prothese aanheb, heb ik dus een stijve arm. De dokters getroosten zich heel veel moeite om hiervoor een oplossing te vinden, maar voorlopig is die er niet.’  

Lukt het om opnieuw te werken?

foto: UZ Leuven

‘Ja, maar het is fysiek heel uitputtend. Met mijn prothese kan ik zelf nog autorijden met mijn aangepaste auto, maar ik moet nu veel meer dan vroeger mijn schouder en bovenarm bewegen om overal goed bij te kunnen. Daar krijg ik enorme spierpijn van. Ik werk nu vier in plaats van vijf dagen per week. Daarvan werk ik één dag thuis. Ik hoef dus maar drie keer per week de heen- en terugrit naar het werk te maken.’

Heb je je prothese ook nodig voor het werk?

‘Ik ben computerprogrammeur. Vroeger gebruikte ik de muis rechts, nu gebruik ik ze links. Om te typen, gebruik ik één vinger links, rechts heb ik de prothese nodig. Intussen heb ik blijkbaar de spieren in mijn schouder en bovenarm wat getraind, ik heb nu minder pijn dan enkele maanden geleden maar het blijft allemaal heel vermoeiend.’ 

Hoe belangrijk is je werk voor jou?

‘Ontzettend belangrijk. Ik kan me daar echt in uitleven. Als ik achter mijn computer zit, vergeet ik grotendeels alle miserie waarmee ik te maken krijg. Dan voel ik me heel waardevol, dan kan ik iets presteren waar andere mensen plezier aan beleven. Programmeren is iets waarin ik niet moet onderdoen voor mijn collega’s. Het is een van de weinige dingen waarin ik ondanks mijn ziekte even sterk ben als de anderen. Daarom probeer ik het vol te houden, hoe zwaar het ook is.’ 

Sinds de diagnose is intussen meer dan twee jaar verstreken. Hoe blik je nu terug op de behandeling die je kreeg?

foto: UZ Leuven


‘Het was een van de zwartste periodes uit mijn leven. Ik heb bijna een volledig jaar niet kunnen werken, dat vond ik heel erg. Om nog maar te zwijgen van de angst en onzekerheid die ik voelde. Hoe zou dit aflopen? Soms vraag ik me af of er geen kostbare tijd verloren is gegaan. Bij mensen met EB is het van levensbelang om snel te handelen om uitzaaiingen te voorkomen. Waarom ben ik niet sneller geopereerd? Zou ik dan nu nog mijn rechteronderarm hebben? Het zijn vragen die door mijn hoofd blijven spoken, al weet ik rationeel gezien dat de artsen tijd nodig hebben om op basis van de vele onderzoeken de best mogelijke beslissingen te nemen.’ 

Je kan het volledige interview hier downloaden

 

Redactie: Frederika Hostens 

Publicaties

Flyer "Met open wonden door het leven"

Flyer "Met open wonden door het leven"

Downloaden

Bestellen

Schrijf je in op onze nieuwsbrief